Een nieuw blog

Zoek je informatie over een van mijn boeken of andere onderwerpen, klik dan rechts op het juiste label en je krijgt de selectie die je zoekt. Klik op mijn foto als je mijn website met al mijn boeken zoekt.
Wil je een van mijn schrijfsels of foto's ergens voor gebruiken, stuur me dan vooraf een verzoekje.
Veel leesplezier!

maandag 25 augustus 2014

Een spookachtig bos


Jaren geleden schreef ik een verhaal na een boswandeling waarbij ik langs een inspirerend landgoed kwam met een oud landhuis en mooie bijgebouwen. Alweer 2 jaar terug maakte Silvie Buenen er prachtige illustraties bij. Ik woon daar niet meer in de buurt en nam me voor 'ooit' nog eens het boekje te overhandigen aan de bewoners als ik in de buurt zou zijn. Deze week was ik in de buurt. Ik zocht een uur tot ik het landgoed en het huis terugvond. 
Inmiddels was het donker geworden, maar ik was er nu toch. Dus ik reed bibberend door een spookachtig, stikdonker bos over streng verboden zandwegen, want particulier terrein, naar het enige lichtpuntje dat ik kon ontwaren. 
Daar in het enge donkere bos in een van de bijgebouwen van het landhuis (waar in mijn verhaal de baron is gaan wonen) was een meisje alleen thuis en ze kwam me onbevreesd tegemoet toen ik hun erf opreed. 
Het grote huis blijkt nu onbewoond te zijn (zoals ook in mijn verhaal) en in het kleine boshuisje in het moeras (dat ik in het donker niet terug kon vinden) waar in mijn verhaal de hoofdpersonen onderduiken blijken haar grootouders te wonen. Ik liet twee boekjes achter voor haar grootouders en haar ouders en ben heel benieuwd wat ze vinden van het verhaal dat ik verzon over hun woonplek.


maandag 18 augustus 2014

Hoe weeg je twee kilo vliegen?

Hoe weeg je twee kilo vliegen? Dat vraag ik me al een paar dagen af. Als je ze in een afgesloten doosje doet en ze stijgen op, telt hun gewicht al niet meer mee, volgens mij.
Maar goed, ondanks (of omdat) dat het een lastig probleem is, werd Twee kilo vliegen door ons unaniem als titel gekozen voor het nieuwe moppenboek dat Lizzy van Pelt en ik maken voor uitgeverij De Inktvis .
Door ons eerste moppenboek Een vlieg op je vork weten we nu dat lastige lezers erg gestimuleerd kunnen worden door dit soort korte tekstjes waar ze ook nog eens de blits mee kunnen maken door ze later te vertellen op het schoolplein of thuis.
Vorige keer wisselden we moppen af met raadsels, deze keer met theaterleesmoppen. Elseline Knuttel van De Inktvis is namelijk een groot pleitbezorger van het theaterlezen. Hierbij lezen enkele lezers samen de tekst, als rollen in een toneelstuk. De tekst is ook als een klein toneelstukje geschreven. Uiteraard moeten de kinderen de mop eerst verschillende keren doorlezen voordat ze hem (al lezend) gaan voordragen en dat vinden ze nou net heel leuk. Het repeteren van het verhaaltje bevordert hun leesvaardigheden en hun plezier.
Kortom: Lees en Lach, wordt het devies. Een musthave voor elke leesbevorderaar.

Lekker makkelijk

Een moppenboek schrijven lijkt makkelijker dan het is. Wij wilden alleen moppen verzinnen en verzamelen en herschrijven die niet discriminerend zijn naar anderen (dus geen domme blondjes, twee gekken, domme Belgen, en dergelijke) en die niet grof of seksueel getint (Jantje komt bij de hoeren) zijn. Ik kan je verzekeren, dan blijft er weinig over. Ik schrok me eerlijk gezegd kapot toen ik ging lezen op moppensites die pretenderen kindvriendelijk te zijn. Hierin onderscheidt dit boek zich dus ook van de doorsnee moppenboekjes die ik soms echt niet voor kinderen zou willen kopen.

En dan moesten de teksten dus ook nog naar een laag leesniveau.Op dit moment is de tekst klaar (leesniveau is AVI-M4, dus korte zinnen en woorden) en maakt Lisa Brandenburg de humoristische illustraties in de stijl van het eerste boek. Omdat die nog niet af zijn krijgen jullie hier een plaatje van een vleermuis uit Een vlieg op je vork te zien. Ik ben heel benieuwd wat ze er deze keer weer van maakt!

O ja, voor degenen die zich afvragen waar de titel vandaan komt, een voorproefje (geen theaterleesmop):

Spinnen

Een man komt in de winkel waar je dieren kunt kopen.
‘Heeft u voor mij tien muizen?’ vraagt hij.
‘Jazeker, is het dat of wilt u nog iets?’
vraagt de vrouw van de winkel.
‘Ik wil ook nog veertig spinnen.
En een kilo of twee vliegen.’
‘U heeft zeker een slang die u wilt voeren?’ vraagt de vrouw.
‘Nee hoor, ik heb een nieuw huis,’ zegt de man.
‘Dan snap ik het niet,’ zegt de vrouw van de winkel.
‘Nou,’ legt de man uit,‘Ik moet mijn oude huis net zo achterlaten
als ik het aantrof toen ik het huurde.’


zaterdag 16 augustus 2014

Ja, helaas, dat mag!


Het verlossende telefoontje kwam: wat ik angstig vermoedde bleek waar te zijn. Ik kwam namelijk op een verkoopsite drie nog niet leverbare boeken van mezelf tegen met voor mij onbekende titels:

* Drie vriendinnen op avontuur
* De talentenjacht
* Een eigen tractor voor Thijs

Helaas kon ik uit de titels (die me niet al te sprankelend leken) wel opmaken dat het mijn boeken zou betreffen, met als werktitel:

* Superspeurhond Spiky
* Zing, Goma, zing!
* Tractor Thijs

De uitgever had alle titels gewijzigd. En voor je nu roept: 'Dat mag toch zomaar niet, dat moet je niet pikken!' kan ik je zeggen: 'Dat mag.'
In het contract dat ik met open ogen heb ondertekend staat:
De definitieve titel zal door de uitgever vastgelegd worden, rekening houdend met de reekstitel waarin het boek verschijnt en andere elementen die kunnen bijdragen tot de herkenbaarheid van het boek in het fonds van de uitgever.
Ik had er alleen op gerekend dat de titels eventueel in overleg zouden worden gewijzigd, maar dat hoeft de uitgever dus niet te doen, want dat staat er simpelweg niet.
Daar het een Vlaamse uitgever betreft zit er - is mijn ervaring - ook altijd nog een belevingsverschil tussen woorden in ons land en in Vlaanderen. Zou ik de 'vriendinnen' eerder 'meiden' noemen, in Vlaanderen gruwen veel mensen van die term.

Het meest 'oubollig' vind ik Drie vriendinnen op avontuur. Ik stelde daarover een open vraag op Facebook (zonder te melden dat het vermoedelijk om een titel van mijn eigen boek ging) en de meeste reageerders associeerden deze titel inderdaad met een boek van tientallen jaren her. Uit mijn jeugd, zo ongeveer. De redacteur verzekerde me echter dat titels met vriendinnen erin het altijd erg goed doen in de verkoop. Wellicht is dat ook wel zo in dit specifieke segment.

Het meest verdrietig werd ik van Zing, Goma, zing! dat nu De talentenjacht heet. Ik vond mijn titel perfect passen. Goma (een vluchtelinge) en haar vriendinnen doen mee aan een talentenjacht waarin ze moeten zingen en dansen. Maar Goma kan niet dansen, vanwege een been dat niet meer soepel lopen wil, laat staan dansen, sinds de vlucht uit haar land. Maar Goma (die niet durft te zingen voor een groot publiek) zingt de sterren van de hemel met het onverstaanbare lokale lied over verlangen naar haar geboortegrond en haar leven in Afrika. Dus verzinnen de vriendinnen een act met Goma in de schommel en de andere twee dansend ernaast. Kort gezegd komt er reuring doordat ze (onterecht) niet winnen, overwinnen ze hun tegenslag en krijgen ze het voor elkaar dat Goma uiteindelijk mag zingen in het programma van een van de grootste zangtalenten van ons land. In een heuse sportarena, voor duizenden mensen. Maar natuurlijk durft ze niet en doet ze het toch, met groot succes.
Zing Goma, zing! was een aanmoediging van mij als auteur om vluchtelingkinderen te stimuleren van hun kwaliteiten gebruik te maken, zodat ze een weerwoord hebben tegen onze cultuur waarin ze soms niet welkom zijn.

Wellicht heeft de uitgever helemaal gelijk als er bedacht wordt: een oma in een speelgoedwinkel grijpt meteen naar een boek over een talentenjacht als ze weet dat de kleinkinderen altijd naar The Voice Kids willen kijken. Misschien wordt het boek nu veel meer verkocht dan met de oorspronkelijke titel. Misschien werkt het zo. Ik weet het niet.
Ik weet wel dat ik nog even moet wennen aan de nieuwe titels.
Er blijft waarschijnlijk altijd een spanningsveld tussen wat een auteur creatief gezien het liefst wil en wat de commercie verlangt. En in moeilijke boekentijden zal dat laatste altijd de doorslag geven, dat snap ik ook wel en daar heb ik vrede mee. 
(De illustraties zijn van Emilie Timmermans, boven, en Eefje Kuijl, onder)

maandag 11 augustus 2014

Een massamoord op mijn geweten

En nu vragen jullie je natuurlijk al weken af hoe het afliep met die wespen. Nou slecht dus.
Ik belde de plaatselijke wespenman en die kwam in zijn witte imkerpak en zag geen andere oplossing dan die ik al vreesde. Hij opende de schuurdeur, wierp er een blik in en sloot hem ook weer supersnel met een bewonderend 'wow!'. Hij had dit jaar nog niet zo'n groot nest gezien, vertelde hij me. Als de larven uit zouden komen, zouden er wel 15000 wespen uit kunnen vliegen en die kun je dus echt niet herbergen in een drukbevolkt wijkje als dat van ons. Ik was best een beetje trots op mijn wespenvolkje dat ze zo goed gebouwd hadden. Maar ik zou het niet op mijn geweten willen hebben dat een kind nietsvermoedend een wesp mee naar binnen slikt met haar ijsje of dat een allergische buur wordt gestoken. Een wesp of wat om je heen, oké. Maar duizenden?
Dus de wespenman ging een langere stang halen om aan zijn gifpomp te doen zodat hij er van een grotere afstand mee kon moorden. Hij spoot gif in het nest en verzekerde me dat alle wespen binnen een paar uur dood zouden zijn. De wespen die nog buiten vlogen zouden terugkeren naar het nest en ook overlijden.
Voor de zekerheid moest ik maar een etmaal uit de schuur blijven.
De volgende middag opende ik de schuurdeur en ik schrok me kapot. De hele vloer lag bezaaid met kronkelende wespen die totaal gedesoriënteerd waren en duidelijk leden. Dat was dus niet de bedoeling! Meteen dood, oké, maar geen uren liggen lijden. Dat wilde ik absoluut niet! Ik moest er zowaar een beetje van huilen, zoveel dierenleed.
Dus trok ik dikke kleren aan en dichte schoenen, pakte de vliegenmepper en sloeg ze een voor een naar de andere wereld. Daarna keek ik treurig naar het massagraf in mijn schuur.

Het nest zit er nog, want er komen toch nooit nieuwe wespen in (volgens de wespenman) en als ik het verwijder valt al het gif eruit.
Hij toonde me ook waar de wespen hun bouwmateriaal vandaan hadden gehaald. Ik dacht gewoon dat het slecht geverfd was, maar mijn gezellige houten zitje was door honderden kleine mondjes afgegraasd (klik op de foto voor een vergroting), waarna de beestjes het hout in hun mond kauwden tot een soort papier-maché en er een nest van bouwden. Een waar kunstwerk, dus het spijt me zeer lieve wespen dat ik jullie toch na al dit nijvere werk om zeep heb moeten laten brengen.



donderdag 17 juli 2014

Goed bezig, Netty, of toch niet?

Ik ben zo iemand die het liefst elk diertje beschermen wil. Een mug in de slaapkamer wil ik nog wel eens dood meppen, maar vliegen, wespen, spinnen en zeker bijtjes worden steevast buiten gezet.
Gealarmeerd door alle vreselijke verhalen over de bijensterfte liet ik dit voorjaar alle paardenbloemen staan in mijn tuin, liet de campanula alle paden te buiten gaan, de schijnpapavertjes alle stoepen overwoekeren. Het groeide en bloeide, niet meer normaal! En het zoemde en ronkte in mijn tuin dat het een lieve lust was.
Soms keek de hond me wel geïrriteerd aan als er op een zonnige dag te veel vliegverkeer rond zijn matje op de stoep aanwezig was. Maar over het algemeen dacht ik: goed bezig, Netty, je biedt de natuur een helpend handje.

Vanavond pakte ik de fiets uit mijn fietsenschuurtje. Er vloog een soort mot rond, die bijna in mijn haar vloog en terwijl ik die probeerde te ontwijken, verloor ik mijn evenwicht en zocht steun aan de houten wand van het schuurtje. Daardoor gingen er alarmbellen rinkelen links boven in de hoek, achter de grote opgeslagen bloempotten op een plank. Honderden of zelfs duizenden wespen kwamen me even duidelijk maken dat ik daar niets te zoeken had.
Oeps!
Ik wierp een snelle blik naar de hoek waar ze vandaan kwamen en dat was dus geen klein nestje, nee, dat was een nest ter grootte van een strandbal!
Wegwezen!
Toch moest ik nog even de fietspomp hebben, dus voorzichtig deed ik de deur weer open om te kijken of ik die steekvrij zou kunnen bereiken. Geen wesp meer te zien. Allemaal weer in het nest.
Maar ze zitten er dus wel. En nu weet ik het.
Volgens wat artikelen op internet bevat een normaal nest tegen augustus 5000 wespen. Dit is er dus een van misschien wel 10.000, van die lieverdjes.
Juist ja.

Twee dagen geleden was ik in de schemering nog in mijn tuin aan het werken. Uit de struiken die ik snoeide vlogen hinderlijke insecten weg. Ik stond er in mijn korte rokje en trapte de beesten weg die om mijn benen suisden en daarop landden. Daarbij werd ik een paar keer gestoken, door wat ik dacht dat muggen waren. Maar de volgende ochtend had ik vier dikke plakken op mijn benen die behoorlijk pijnlijk waren. Waren het dan toch dazen geweest, vroeg ik me gisteren af. Maar die zitten hier eigenlijk nooit. Nu denk ik dus dat het wespen waren.
Ik wil er dus geen duizenden in mijn tuin.

Wespen zijn heel nuttig, lees ik. Als je zo'n 300 wespen hebt eten die 5000 muggen en vliegen in een dag. Kijk dat scheelt weer aanzienlijk in de muggenbulten. Maar dan moeten ze dus niet mij gaan steken.
En ze helpen bij het bevruchten van de bloemetjes en de appeltjes. Dus voor elke wesp die gespaard wordt hoeft er een bijtje minder gered te worden. Ook handig om te weten.
Maar toch wil ik er geen duizenden in mijn tuin en huis.

Ik struinde het internet af naar manieren om er vanaf te komen. Gif, gif en nog eens gif, en dan toegepast door bedrijven die er erg graag rijk van worden.
Het liefst zou ik hebben dat een soort wespenimker het nest op zou kunnen halen (het is makkelijk te verwijderen) en elders in de natuur zou plaatsen.
Maar daar lees ik dan weer niks over, want een straal gif erin gaat stukken makkelijker.

Afijn, ik heb nu alle ramen open staan om mijn potdichte huis te luchten, want nu slapen ze, maar morgen wil ik toch het liefst niet binnenshuis opgesloten zitten. Mijn tuin is dus wel van mij, stomme wespen. En van die bijtjes die ik wilde redden, terwijl ik jullie daarmee tegelijk ook voer gaf om je nest op te bouwen.
Dus ik vrees dat er morgen toch...
(Wordt vervolgd)




woensdag 9 juli 2014

Eigen Beheer, dat kost toch veel geld? Deel 2

Lees het eerste deel over publiceren in Eigen beheer: hier

Publiceren in Eigen Beheer moet je alleen doen als je gelooft in je publicatie. Als je vrijwel zeker in kunt schatten dat je boek gekocht gaat worden door vrienden/bekenden en mensen die jij via publicaties, recensiesites en social media kunt bereiken.
Ben jij iemand die geen sociaal leven heeft, met geen familie en weinig (virtuele) vrienden, dan wordt het al lastiger. Als je boek dan ook nog eens niets unieks heeft, dan kun je ook een aanschaf door bibliotheken vergeten. Dan kun je nog altijd die erfenis van ome Jaap daaraan besteden omdat het je ego streelt, maar dan levert het niets op.
Maar als we uitgaan van wel een geïnteresseerd publiek, dan is zo'n uitgave al snel winstgevend. En mijn ervaring is ook nog: heel wat winstgevender dan mijn boeken bij uitgevers. Simpelweg omdat je per verkocht boek een euro of zeven overhoudt in plaats van die ene euro of tegenwoordig bij een geïllustreerd boek zelfs maar die halve euro.

De druk- of printkosten zijn vaak verrassend laag, zelfs als je in eigen land laat drukken. Drukken in een Oostblokland of in China is nog stukken goedkoper. Schrik niet terug van een stevige oplage. Ik vroeg offertes aan voor een project waar ik nu aan werk voor 200 of 400 exemplaren voor een boekje met veel kleurenfoto's van mezelf. De totaalprijs van 400 stuks (offset) lag 600 euro lager dan die van 200 (print) stuks. Ja, inderdaad lager! Daar kun je er dan eventueel nog 200 van op je zolder laten liggen of later cadeau geven aan iemand. Een voorinvestering blijft echter noodzakelijk, dat is eigen aan zakendoen.

Om het risico voor jezelf in te schatten kun je mensen laten voorintekenen tegen een lagere prijs. Wat zelfs sommige uitgevers tegenwoordig doen, is enkele exemplaren laten printen bij een POD-printer en die opsturen naar Biblion voor de biebaanschaf. Aan de hand van die cijfers bepaal je je oplage. Dan loop je dus nauwelijks enig risico.


Bibliotheken

Biblion verzorgt voor het boek de aanschafsuggestie, waarop alle biebs in Nederland kunnen intekenen voor het boek. Het boek hoeft daarvoor geen ISBN te hebben, het maakt het wel gemakkelijker administreren voor hen als het boek dat wel heeft. Maar als het geen ISBN heeft, krijgt het een eigen kenmerk. Biblion maakt van jouw eventuele softcovers zelf hardcovers.

Beide boekjes die ik noemde in mijn eerste blog zijn ruim ingekocht door de biebs, dat maakte ze al snel winstgevend. Het eerste boekje was onder pseudoniem, dus het liftte niet mee op mijn naamsbekendheid. Het tweede wellicht wel. Bibliotheken weigeren de meeste boeken in Eigen Beheer. Zoals ook bij de boeken van uitgevers doen ze hierbij een kwaliteitstoets en kijken ze of het voor lezers iets wezenlijks toevoegt aan het aanbod. Bij mijn 'opaboekje' was dat wel degelijk zo, want over dat onderwerp staat niets in de bieb. Mijn 'Zusjeboekje' viel in een populair leesgenre.

Biblion bestelt de boekjes bij jou als uitgever en betaalt binnen een maand wat je hebt geleverd. 
Ook als het boek geen ISBN heeft, krijg je gewoon de leenvergoedingen via Lira. En nog leuker, je krijgt ook de uitgeversvergoeding via Pro, dus de opbrengst uit die vergoedingen is twee keer zo hoog. Daarbij kan de bieb dus bij een uitgave in Eigen Beheer een leuke inkomstenbron zijn.

ISBN en Centraal Boekhuis?

Je kunt voor je boek een ISBN aanvragen. Verwacht je het boek alleen in eigen kring te verkopen of via je website dan heeft dat geen enkele zin. Wil je het bestelbaar maken via het Centraal Boekhuis dan moet je wel een ISBN aanvragen en je eventueel om de kosten te drukken aansluiten bij een groep kleine zelfstandige uitgevers. Zelf heb ik dat nooit gedaan, de meerwaarde woog naar mijn idee niet op tegen de hoge kosten. De realiteit is dat je boek vrijwel alleen verkocht zal worden via kanalen die jij benadert en recensieblogs en dergelijke en daar kun je altijd je website als bestelmogelijkheid bij noemen. Moet je natuurlijk wel zelf de boeken inpakken en in de brievenbus mikken. Je bespaart je veel werk en veel geld als je die paar potentiële aankopen via Centraal Boekhuis laat lopen, vind ik.

Boekhandels

Volgens POD-printers is je boek als je het bij hen print bij alle boekhandels in Nederland verkrijgbaar. Dat is inderdaad zo als ze zijn aangesloten bij het Centraal Boekhuis. Maar daarmee ligt het nog niet in de winkels.
Het ligt pas in winkels als jij het zelf in consignatie aanbiedt. Dat betekent dat je een middag in je regio rondcrost, inclusief formuliertje, de boekhandelaren vraagt of je je boek daar tegen eigen risico mag neerleggen (liefst als een hoge stapel) en na een paar maanden het geld daar weer gaat ophalen, of je boeken mee naar huis neemt. Boekhandels willen er uiteraard aan verdienen. Indien mogelijk geef ik hun de 40% korting die ze ook bij reguliere verkopen hebben, als dat niet kan wordt het 30% of 20%. Als je het combineert met persberichten in regionale media zijn boekhandels daar vrijwel altijd toe bereid. En daarmee verkoop je er heel wat meer dan via een bestelmogelijkheid via Centraal Boekhuis. En je hebt het oergevoel van warme broodjes aan de man brengen.

Een eigen uitgeverij?

Je kunt voor je eigen uitgaven een eigen uitgeverij oprichten. Misschien ben je al ZZP-er en heb je al een bedrijf dan kun je het daar in onderbrengen. Om serieus te worden genomen heeft het vaak weinig zin, een onbekende uitgever wekt eerder de indruk een POD-bedrijf te zijn en daar zijn veel boekhandels en bibliotheken allergisch voor. Dan kun je er beter geen uitgeverij op hebben staan. De belastingdienst vertelde mij (reken er wel op dat je bij elke andere belastingambtenaar een ander advies kunt krijgen) dat als je zo af en toe iets hobbymatig op de markt zet het niet nodig is dat in een bedrijfsvorm te gieten. Wel geef je je inkomsten dan op bij 'Overige inkomsten' na er eerst je uitgaven van afgetrokken te hebben. 
Het is wat uitzoek- en regelwerk om een eigen bedrijf op te richten, maar ga je er meer mee doen dan heb je ook weer aantrekkelijke aftrekposten. En 'uitgevertje spelen' kan ook heel leuk en leerzaam zijn. Weeg dat af. Maar race niet meteen naar de Kamer van Koophandel als je je eerste uitgave aan je vrienden aanbiedt, is mijn advies.

Heb je tips en advies nodig bij een uitgave in Eigen Beheer kijk dan zeker ook eens op de site en het forum van Schrijven Online.

Samengevat: Een uitgave in Eigen Beheer hoeft geen geld te kosten en levert als je het verstandig aanpakt weinig extra werk op en hoge snelle inkomsten. Ik denk dan ook dat het in de toekomst voor veel publicerende auteurs een nevenbron van inkomsten gaat worden. Zeker voor die boeken die toch al geschreven zijn of die kunnen meeliften op een eerdere bekendheid, bijvoorbeeld in een serie.  

Eigen Beheer is toch voor losers? Deel 1

Deze reactie lees ik vaak op social media.
Mijn antwoord: ja en nee.
Oftewel: niet per definitie.
Even voor het verschil: je hebt boekuitgaven die je bij een POD-printer (Printing On Demand) laat verzorgen en boekuitgaven die je zelf in Eigen Beheer doet.
Ik beperk me nu even tot een uitgave die je in Eigen Beheer uitvoert, dus zonder zogenaamde POD-uitgever (daar zal ik later nog eens een blogje aan wijden).
Bij een uitgave in Eigen Beheer schrijf je de tekst, doe/maak je zelf of regel je elders de redactie, de cover, de vormgeving en de eventuele illustraties. En dan verkoop je het boek zelf.

Kwaliteit

Er kunnen heel triviale redenen zijn om een boek in Eigen Beheer te maken. Het kan zijn dat geen enkele uitgever je boek goed genoeg vindt (terug naar de schrijftafel, zou ik adviseren). Of dat je het niet eens kon worden over de zelfgemaakte tekening op de cover (kijk daar nog eens kritisch naar). Of dat het onderwerp zo precair is dat geen reguliere uitgever er zijn vingers aan wil branden. En nu je het toch al hebt geschreven denk je... juist ja.

Maar vaker is tegenwoordig de reden dat uitgevers wel de kwaliteit van het boek roemen, maar dat ze verwachten er geen commercieel succes van te kunnen maken. Commercieel succes voor hen dan. Dat betekent nog niet dat het voor de schrijver niet commercieel interessant zou kunnen zijn. Of enkel maar egostrelend, dat mag ook. Je hebt zelf namelijk geen duur grachtenpand dat ook moet worden betaald, geen dure overhead in de vorm van uitgeefdirecteuren. Geen groot commercieel team dat een dure boterham wil verdienen. Je hebt gewoon jouw manuscript en de wens dat de wereld in te slingeren.
Waar een uitgever minstens een oplage van zo'n 2000 boeken moet zien te halen, ben jij met 200 boeken al heel wat winstgevender.

De laatste tijd zijn uitgevers voorzichtiger geworden. Vaak hebben ze hun aantal uitgaven per jaar drastisch ingesnoerd. Uitgaven die al toegezegd zijn en soms zelfs al in brochures stonden, maar niet voldoende scoorden bij de voorinkoop, worden met regelmaat gecanceld omdat er geen geld meer voor is. Of uitgevers gaan failliet net nu jij je manuscript zo goed als af had. Zo'n kwalitatief goed manuscript kan in de la worden gelegd of een eigen uitgave worden.

Wat je in ieder geval van een schrijver kunt zeggen die een boek in Eigen Beheer uitgeeft: er is een geloof in een eigen verdienmodel. Anders dan bij een POD-boek, waar een schrijver niets hoeft te investeren en dat ook niet durft blijkbaar, anders was er wel voor een eigen uitgave met bijbehorende winst gekozen.

Wanneer wel Eigen Beheer?

Allereerst moet je iets geschreven hebben dat kwaliteit heeft en dat iets toevoegt aan wat er al aan moois te lezen is. Verlaag je liefst niet tot op het op de markt slingeren van je memoires die erbarmelijk geschreven zijn en niemand interesseren. Die alleen gekocht worden door mensen die jou sneu of lief vinden.
En verlaag je niet tot het uitbrengen van die warrige verhaaltjes die je altijd verzon voor je kinderen en waar zij tekeningen bij gemaakt hebben. Maak daar een leuk boekje van bij een POD-printer en bewaar dat voor je kinderen en kleinkinderen. Tenzij je beroemd bent, dan zijn dit soort dingen wel weer commercieel interessant.

Praktijkvoorbeelden:


Ik schreef (onder pseudoniem, omdat alles wat ik voor volwassenen schrijf onder dat pseudoniem gaat) een fictieboekje dat zich afspeelt in mijn jeugd. Simpelweg omdat ik zag dat er zo weinig bewaard is aan verhalen uit die heerlijke en ook zware tijd en dat vond ik jammer. Uitgevers vonden het boeiend en beeldend geschreven maar twijfelden aan het verkoopsucces buiten de regio waar het zich afspeelt. En zelf kenden ze de regio niet voldoende om er de marketing succesvol te laten zijn. Of ik dat deel op me wilde nemen. En misschien ook zelf een financiële investering wilde leveren voor de totstandkoming? Nou is het zo dat de publiciteit vanwege bezuinigingen op het marketingteam al steeds meer (ook bij reguliere uitgevers) op de auteur zelf neerkomt. Bovendien lever ik mijn werk doorgaans vrijwel foutloos aan aan uitgevers, inclusief flaptekst, foldertekst en persbericht. Als ik dan toch dat werk allemaal moest doen, bleef alleen de coveropmaak over als struikelblok. Ik benaderde een grafisch ontwerper die bereid was om de cover te maken als ik hem in ruil weer een tegenprestatie zou leveren.
Het boekje kwam met een prachtige cover op de markt, ik liet er een paar honderd van printen en verkocht ze. Ook aan de biebs buiten de regio, van Groningen tot Maastricht. Geen wereldaantallen, maar het is wel een boek waar ik een grote opbrengst van kreeg. Simpelweg omdat het printen van zo'n boekje een paar euro kost en als je ze dan verkoopt voor een tientje, dan telt de winst meteen vet aan. En dan niet na anderhalf of twee jaar na schrijven zoals bij mijn uitgevers, maar meteen na een maand of vier alles op de bank. 

Ik schreef ook eens een kinderboek over een opa op de intensive care toen ik in mijn privé-kring daarmee te maken kreeg en er voor kinderen geen boek te krijgen was wat daarover handelt. Wel over kinderen die zelf naar het ziekenhuis moesten, maar niet over ernstig zieke verwanten. Ik bood het aan aan verschillende uitgevers. Tot zes keer toe was het bijna uitgegeven. Een keer kwam er net iets concurrerends op de markt, sorry, dat had een collega niet goed gecommuniceerd, een keer haakte een uitgever af toen hij de prijs voor illustraties opvroeg, een keer besloot een uitgever het fonds ineens te wijzigen en zo ging het maar door.
Rond maart krijg ik vaak aanvragen van stagiaires van Sint Joost om een verhaal van me te mogen illustreren. Linda Heesbeen vond het een uitdaging om dit verhaal te illustreren en dat deed ze zo mooi dat we besloten het samen uit te geven en aan te bieden aan de bibliotheken, zodat het in ieder geval te leen is voor kinderen die met het onderwerp te maken krijgen en voor scholen die iets aan voorlichting willen doen. Linda en ik deelden de winst en hielden er allebei een leuke vakantie aan over. 

Samengevat: mits het manuscript voldoende kwaliteit heeft: Eigen Beheer is niet voor losers, maar voor mensen die graag hun boek aan een groter publiek beschikbaar stellen en daar ook nog wat aan willen verdienen. Eigen Beheer wordt wellicht een van de belangrijke uitgeefmodellen van de toekomst. 

In een tweede blog over Eigen Beheer wat over de zakelijke kanten (anders wordt dit blog te lang). Lees het tweede blog hier