Een nieuw blog

Zoek je informatie over een van mijn boeken of andere onderwerpen, klik dan rechts op het juiste label en je krijgt de selectie die je zoekt. Klik op mijn foto als je mijn website met al mijn boeken zoekt.
Wil je een van mijn schrijfsels of foto's ergens voor gebruiken, stuur me dan vooraf een verzoekje.
Veel leesplezier!

donderdag 17 juli 2014

Goed bezig, Netty, of toch niet?

Ik ben zo iemand die het liefst elk diertje beschermen wil. Een mug in de slaapkamer wil ik nog wel eens dood meppen, maar vliegen, wespen, spinnen en zeker bijtjes worden steevast buiten gezet.
Gealarmeerd door alle vreselijke verhalen over de bijensterfte liet ik dit voorjaar alle paardenbloemen staan in mijn tuin, liet de campanula alle paden te buiten gaan, de schijnpapavertjes alle stoepen overwoekeren. Het groeide en bloeide, niet meer normaal! En het zoemde en ronkte in mijn tuin dat het een lieve lust was.
Soms keek de hond me wel geïrriteerd aan als er op een zonnige dag te veel vliegverkeer rond zijn matje op de stoep aanwezig was. Maar over het algemeen dacht ik: goed bezig, Netty, je biedt de natuur een helpend handje.

Vanavond pakte ik de fiets uit mijn fietsenschuurtje. Er vloog een soort mot rond, die bijna in mijn haar vloog en terwijl ik die probeerde te ontwijken, verloor ik mijn evenwicht en zocht steun aan de houten wand van het schuurtje. Daardoor gingen er alarmbellen rinkelen links boven in de hoek, achter de grote opgeslagen bloempotten op een plank. Honderden of zelfs duizenden wespen kwamen me even duidelijk maken dat ik daar niets te zoeken had.
Oeps!
Ik wierp een snelle blik naar de hoek waar ze vandaan kwamen en dat was dus geen klein nestje, nee, dat was een nest ter grootte van een strandbal!
Wegwezen!
Toch moest ik nog even de fietspomp hebben, dus voorzichtig deed ik de deur weer open om te kijken of ik die steekvrij zou kunnen bereiken. Geen wesp meer te zien. Allemaal weer in het nest.
Maar ze zitten er dus wel. En nu weet ik het.
Volgens wat artikelen op internet bevat een normaal nest tegen augustus 5000 wespen. Dit is er dus een van misschien wel 10.000, van die lieverdjes.
Juist ja.

Twee dagen geleden was ik in de schemering nog in mijn tuin aan het werken. Uit de struiken die ik snoeide vlogen hinderlijke insecten weg. Ik stond er in mijn korte rokje en trapte de beesten weg die om mijn benen suisden en daarop landden. Daarbij werd ik een paar keer gestoken, door wat ik dacht dat muggen waren. Maar de volgende ochtend had ik vier dikke plakken op mijn benen die behoorlijk pijnlijk waren. Waren het dan toch dazen geweest, vroeg ik me gisteren af. Maar die zitten hier eigenlijk nooit. Nu denk ik dus dat het wespen waren.
Ik wil er dus geen duizenden in mijn tuin.

Wespen zijn heel nuttig, lees ik. Als je zo'n 300 wespen hebt eten die 5000 muggen en vliegen in een dag. Kijk dat scheelt weer aanzienlijk in de muggenbulten. Maar dan moeten ze dus niet mij gaan steken.
En ze helpen bij het bevruchten van de bloemetjes en de appeltjes. Dus voor elke wesp die gespaard wordt hoeft er een bijtje minder gered te worden. Ook handig om te weten.
Maar toch wil ik er geen duizenden in mijn tuin en huis.

Ik struinde het internet af naar manieren om er vanaf te komen. Gif, gif en nog eens gif, en dan toegepast door bedrijven die er erg graag rijk van worden.
Het liefst zou ik hebben dat een soort wespenimker het nest op zou kunnen halen (het is makkelijk te verwijderen) en elders in de natuur zou plaatsen.
Maar daar lees ik dan weer niks over, want een straal gif erin gaat stukken makkelijker.

Afijn, ik heb nu alle ramen open staan om mijn potdichte huis te luchten, want nu slapen ze, maar morgen wil ik toch het liefst niet binnenshuis opgesloten zitten. Mijn tuin is dus wel van mij, stomme wespen. En van die bijtjes die ik wilde redden, terwijl ik jullie daarmee tegelijk ook voer gaf om je nest op te bouwen.
Dus ik vrees dat er morgen toch...
(Wordt vervolgd)




woensdag 9 juli 2014

Eigen Beheer, dat kost toch veel geld? Deel 2

Lees het eerste deel over publiceren in Eigen beheer: hier

Publiceren in Eigen Beheer moet je alleen doen als je gelooft in je publicatie. Als je vrijwel zeker in kunt schatten dat je boek gekocht gaat worden door vrienden/bekenden en mensen die jij via publicaties, recensiesites en social media kunt bereiken.
Ben jij iemand die geen sociaal leven heeft, met geen familie en weinig (virtuele) vrienden, dan wordt het al lastiger. Als je boek dan ook nog eens niets unieks heeft, dan kun je ook een aanschaf door bibliotheken vergeten. Dan kun je nog altijd die erfenis van ome Jaap daaraan besteden omdat het je ego streelt, maar dan levert het niets op.
Maar als we uitgaan van wel een geïnteresseerd publiek, dan is zo'n uitgave al snel winstgevend. En mijn ervaring is ook nog: heel wat winstgevender dan mijn boeken bij uitgevers. Simpelweg omdat je per verkocht boek een euro of zeven overhoudt in plaats van die ene euro of tegenwoordig bij een geïllustreerd boek zelfs maar die halve euro.

De druk- of printkosten zijn vaak verrassend laag, zelfs als je in eigen land laat drukken. Drukken in een Oostblokland of in China is nog stukken goedkoper. Schrik niet terug van een stevige oplage. Ik vroeg offertes aan voor een project waar ik nu aan werk voor 200 of 400 exemplaren voor een boekje met veel kleurenfoto's van mezelf. De totaalprijs van 400 stuks (offset) lag 600 euro lager dan die van 200 (print) stuks. Ja, inderdaad lager! Daar kun je er dan eventueel nog 200 van op je zolder laten liggen of later cadeau geven aan iemand. Een voorinvestering blijft echter noodzakelijk, dat is eigen aan zakendoen.

Om het risico voor jezelf in te schatten kun je mensen laten voorintekenen tegen een lagere prijs. Wat zelfs sommige uitgevers tegenwoordig doen, is enkele exemplaren laten printen bij een POD-printer en die opsturen naar Biblion voor de biebaanschaf. Aan de hand van die cijfers bepaal je je oplage. Dan loop je dus nauwelijks enig risico.


Bibliotheken

Biblion verzorgt voor het boek de aanschafsuggestie, waarop alle biebs in Nederland kunnen intekenen voor het boek. Het boek hoeft daarvoor geen ISBN te hebben, het maakt het wel gemakkelijker administreren voor hen als het boek dat wel heeft. Maar als het geen ISBN heeft, krijgt het een eigen kenmerk. Biblion maakt van jouw eventuele softcovers zelf hardcovers.

Beide boekjes die ik noemde in mijn eerste blog zijn ruim ingekocht door de biebs, dat maakte ze al snel winstgevend. Het eerste boekje was onder pseudoniem, dus het liftte niet mee op mijn naamsbekendheid. Het tweede wellicht wel. Bibliotheken weigeren de meeste boeken in Eigen Beheer. Zoals ook bij de boeken van uitgevers doen ze hierbij een kwaliteitstoets en kijken ze of het voor lezers iets wezenlijks toevoegt aan het aanbod. Bij mijn 'opaboekje' was dat wel degelijk zo, want over dat onderwerp staat niets in de bieb. Mijn 'Zusjeboekje' viel in een populair leesgenre.

Biblion bestelt de boekjes bij jou als uitgever en betaalt binnen een maand wat je hebt geleverd. 
Ook als het boek geen ISBN heeft, krijg je gewoon de leenvergoedingen via Lira. En nog leuker, je krijgt ook de uitgeversvergoeding via Pro, dus de opbrengst uit die vergoedingen is twee keer zo hoog. Daarbij kan de bieb dus bij een uitgave in Eigen Beheer een leuke inkomstenbron zijn.

ISBN en Centraal Boekhuis?

Je kunt voor je boek een ISBN aanvragen. Verwacht je het boek alleen in eigen kring te verkopen of via je website dan heeft dat geen enkele zin. Wil je het bestelbaar maken via het Centraal Boekhuis dan moet je wel een ISBN aanvragen en je eventueel om de kosten te drukken aansluiten bij een groep kleine zelfstandige uitgevers. Zelf heb ik dat nooit gedaan, de meerwaarde woog naar mijn idee niet op tegen de hoge kosten. De realiteit is dat je boek vrijwel alleen verkocht zal worden via kanalen die jij benadert en recensieblogs en dergelijke en daar kun je altijd je website als bestelmogelijkheid bij noemen. Moet je natuurlijk wel zelf de boeken inpakken en in de brievenbus mikken. Je bespaart je veel werk en veel geld als je die paar potentiële aankopen via Centraal Boekhuis laat lopen, vind ik.

Boekhandels

Volgens POD-printers is je boek als je het bij hen print bij alle boekhandels in Nederland verkrijgbaar. Dat is inderdaad zo als ze zijn aangesloten bij het Centraal Boekhuis. Maar daarmee ligt het nog niet in de winkels.
Het ligt pas in winkels als jij het zelf in consignatie aanbiedt. Dat betekent dat je een middag in je regio rondcrost, inclusief formuliertje, de boekhandelaren vraagt of je je boek daar tegen eigen risico mag neerleggen (liefst als een hoge stapel) en na een paar maanden het geld daar weer gaat ophalen, of je boeken mee naar huis neemt. Boekhandels willen er uiteraard aan verdienen. Indien mogelijk geef ik hun de 40% korting die ze ook bij reguliere verkopen hebben, als dat niet kan wordt het 30% of 20%. Als je het combineert met persberichten in regionale media zijn boekhandels daar vrijwel altijd toe bereid. En daarmee verkoop je er heel wat meer dan via een bestelmogelijkheid via Centraal Boekhuis. En je hebt het oergevoel van warme broodjes aan de man brengen.

Een eigen uitgeverij?

Je kunt voor je eigen uitgaven een eigen uitgeverij oprichten. Misschien ben je al ZZP-er en heb je al een bedrijf dan kun je het daar in onderbrengen. Om serieus te worden genomen heeft het vaak weinig zin, een onbekende uitgever wekt eerder de indruk een POD-bedrijf te zijn en daar zijn veel boekhandels en bibliotheken allergisch voor. Dan kun je er beter geen uitgeverij op hebben staan. De belastingdienst vertelde mij (reken er wel op dat je bij elke andere belastingambtenaar een ander advies kunt krijgen) dat als je zo af en toe iets hobbymatig op de markt zet het niet nodig is dat in een bedrijfsvorm te gieten. Wel geef je je inkomsten dan op bij 'Overige inkomsten' na er eerst je uitgaven van afgetrokken te hebben. 
Het is wat uitzoek- en regelwerk om een eigen bedrijf op te richten, maar ga je er meer mee doen dan heb je ook weer aantrekkelijke aftrekposten. En 'uitgevertje spelen' kan ook heel leuk en leerzaam zijn. Weeg dat af. Maar race niet meteen naar de Kamer van Koophandel als je je eerste uitgave aan je vrienden aanbiedt, is mijn advies.

Heb je tips en advies nodig bij een uitgave in Eigen Beheer kijk dan zeker ook eens op de site en het forum van Schrijven Online.

Samengevat: Een uitgave in Eigen Beheer hoeft geen geld te kosten en levert als je het verstandig aanpakt weinig extra werk op en hoge snelle inkomsten. Ik denk dan ook dat het in de toekomst voor veel publicerende auteurs een nevenbron van inkomsten gaat worden. Zeker voor die boeken die toch al geschreven zijn of die kunnen meeliften op een eerdere bekendheid, bijvoorbeeld in een serie.  

Eigen Beheer is toch voor losers? Deel 1

Deze reactie lees ik vaak op social media.
Mijn antwoord: ja en nee.
Oftewel: niet per definitie.
Even voor het verschil: je hebt boekuitgaven die je bij een POD-printer (Printing On Demand) laat verzorgen en boekuitgaven die je zelf in Eigen Beheer doet.
Ik beperk me nu even tot een uitgave die je in Eigen Beheer uitvoert, dus zonder zogenaamde POD-uitgever (daar zal ik later nog eens een blogje aan wijden).
Bij een uitgave in Eigen Beheer schrijf je de tekst, doe/maak je zelf of regel je elders de redactie, de cover, de vormgeving en de eventuele illustraties. En dan verkoop je het boek zelf.

Kwaliteit

Er kunnen heel triviale redenen zijn om een boek in Eigen Beheer te maken. Het kan zijn dat geen enkele uitgever je boek goed genoeg vindt (terug naar de schrijftafel, zou ik adviseren). Of dat je het niet eens kon worden over de zelfgemaakte tekening op de cover (kijk daar nog eens kritisch naar). Of dat het onderwerp zo precair is dat geen reguliere uitgever er zijn vingers aan wil branden. En nu je het toch al hebt geschreven denk je... juist ja.

Maar vaker is tegenwoordig de reden dat uitgevers wel de kwaliteit van het boek roemen, maar dat ze verwachten er geen commercieel succes van te kunnen maken. Commercieel succes voor hen dan. Dat betekent nog niet dat het voor de schrijver niet commercieel interessant zou kunnen zijn. Of enkel maar egostrelend, dat mag ook. Je hebt zelf namelijk geen duur grachtenpand dat ook moet worden betaald, geen dure overhead in de vorm van uitgeefdirecteuren. Geen groot commercieel team dat een dure boterham wil verdienen. Je hebt gewoon jouw manuscript en de wens dat de wereld in te slingeren.
Waar een uitgever minstens een oplage van zo'n 2000 boeken moet zien te halen, ben jij met 200 boeken al heel wat winstgevender.

De laatste tijd zijn uitgevers voorzichtiger geworden. Vaak hebben ze hun aantal uitgaven per jaar drastisch ingesnoerd. Uitgaven die al toegezegd zijn en soms zelfs al in brochures stonden, maar niet voldoende scoorden bij de voorinkoop, worden met regelmaat gecanceld omdat er geen geld meer voor is. Of uitgevers gaan failliet net nu jij je manuscript zo goed als af had. Zo'n kwalitatief goed manuscript kan in de la worden gelegd of een eigen uitgave worden.

Wat je in ieder geval van een schrijver kunt zeggen die een boek in Eigen Beheer uitgeeft: er is een geloof in een eigen verdienmodel. Anders dan bij een POD-boek, waar een schrijver niets hoeft te investeren en dat ook niet durft blijkbaar, anders was er wel voor een eigen uitgave met bijbehorende winst gekozen.

Wanneer wel Eigen Beheer?

Allereerst moet je iets geschreven hebben dat kwaliteit heeft en dat iets toevoegt aan wat er al aan moois te lezen is. Verlaag je liefst niet tot op het op de markt slingeren van je memoires die erbarmelijk geschreven zijn en niemand interesseren. Die alleen gekocht worden door mensen die jou sneu of lief vinden.
En verlaag je niet tot het uitbrengen van die warrige verhaaltjes die je altijd verzon voor je kinderen en waar zij tekeningen bij gemaakt hebben. Maak daar een leuk boekje van bij een POD-printer en bewaar dat voor je kinderen en kleinkinderen. Tenzij je beroemd bent, dan zijn dit soort dingen wel weer commercieel interessant.

Praktijkvoorbeelden:


Ik schreef (onder pseudoniem, omdat alles wat ik voor volwassenen schrijf onder dat pseudoniem gaat) een fictieboekje dat zich afspeelt in mijn jeugd. Simpelweg omdat ik zag dat er zo weinig bewaard is aan verhalen uit die heerlijke en ook zware tijd en dat vond ik jammer. Uitgevers vonden het boeiend en beeldend geschreven maar twijfelden aan het verkoopsucces buiten de regio waar het zich afspeelt. En zelf kenden ze de regio niet voldoende om er de marketing succesvol te laten zijn. Of ik dat deel op me wilde nemen. En misschien ook zelf een financiële investering wilde leveren voor de totstandkoming? Nou is het zo dat de publiciteit vanwege bezuinigingen op het marketingteam al steeds meer (ook bij reguliere uitgevers) op de auteur zelf neerkomt. Bovendien lever ik mijn werk doorgaans vrijwel foutloos aan aan uitgevers, inclusief flaptekst, foldertekst en persbericht. Als ik dan toch dat werk allemaal moest doen, bleef alleen de coveropmaak over als struikelblok. Ik benaderde een grafisch ontwerper die bereid was om de cover te maken als ik hem in ruil weer een tegenprestatie zou leveren.
Het boekje kwam met een prachtige cover op de markt, ik liet er een paar honderd van printen en verkocht ze. Ook aan de biebs buiten de regio, van Groningen tot Maastricht. Geen wereldaantallen, maar het is wel een boek waar ik een grote opbrengst van kreeg. Simpelweg omdat het printen van zo'n boekje een paar euro kost en als je ze dan verkoopt voor een tientje, dan telt de winst meteen vet aan. En dan niet na anderhalf of twee jaar na schrijven zoals bij mijn uitgevers, maar meteen na een maand of vier alles op de bank. 

Ik schreef ook eens een kinderboek over een opa op de intensive care toen ik in mijn privé-kring daarmee te maken kreeg en er voor kinderen geen boek te krijgen was wat daarover handelt. Wel over kinderen die zelf naar het ziekenhuis moesten, maar niet over ernstig zieke verwanten. Ik bood het aan aan verschillende uitgevers. Tot zes keer toe was het bijna uitgegeven. Een keer kwam er net iets concurrerends op de markt, sorry, dat had een collega niet goed gecommuniceerd, een keer haakte een uitgever af toen hij de prijs voor illustraties opvroeg, een keer besloot een uitgever het fonds ineens te wijzigen en zo ging het maar door.
Rond maart krijg ik vaak aanvragen van stagiaires van Sint Joost om een verhaal van me te mogen illustreren. Linda Heesbeen vond het een uitdaging om dit verhaal te illustreren en dat deed ze zo mooi dat we besloten het samen uit te geven en aan te bieden aan de bibliotheken, zodat het in ieder geval te leen is voor kinderen die met het onderwerp te maken krijgen en voor scholen die iets aan voorlichting willen doen. Linda en ik deelden de winst en hielden er allebei een leuke vakantie aan over. 

Samengevat: mits het manuscript voldoende kwaliteit heeft: Eigen Beheer is niet voor losers, maar voor mensen die graag hun boek aan een groter publiek beschikbaar stellen en daar ook nog wat aan willen verdienen. Eigen Beheer wordt wellicht een van de belangrijke uitgeefmodellen van de toekomst. 

In een tweede blog over Eigen Beheer wat over de zakelijke kanten (anders wordt dit blog te lang). Lees het tweede blog hier




vrijdag 4 juli 2014

De liftvlinder en de megarups


 De liftvlinder

De afgelopen dagen wandelde ik regelmatig op de Strabrechtse hei. Daar werden we zowat gestalkt door kleine vlindertjes. Ik kende ze niet en vroeg een buurtbewoner hoe ze heten. Zij noemen ze melkdrupje, leerde ik, maar de officiële naam die ik op een vlindersite vond was phegeavlinder. Het is een nachtvlinder die overdag vliegt. Tja. Logisch?
'Ze zijn heel tam,' leerde mij de buurtbewoner, maar dat hadden we al gemerkt. Ze lieten zich niet afschrikken door onze loerende blikken en fototoestellen. Sterker nog, ze kwamen op ons af en bleven dan regelmatig een eind meeliften op een vinger of hangend aan een T-shirt. Ze vliegen niet echt handig, misschien gaat meeliften beter.
Er landde er een op de staart van Zjors. Die keek alleen verbaasd om en liet hem zitten. Dorcas besnuffelde het diertje uitgebreid. Zo vaak zie je niet een vliegding in een staart zitten. Hij durfde er niet naar te happen (wat hij wel doet naar luid brommende vliegen), waarschijnlijk was hij beducht voor een reactie van Zjors als hij zijn tanden in diens staart zou zetten. En zo gebeurde het dus dat Zjors hevig kwispelend voor ons uit liep, met de lifter wiegend vastgeklampt aan zijn staart.

Rupsje nooitgenoeg

Verderop zagen we nog megamooie supergrote rupsen. Ze wandelden over het warme zandpad, misschien wilden ze een beetje opwarmen, misschien waren ze alleen maar op weg naar een lekker plantje aan de overkant. Ik houd het voorlopig op rupsen van de koninginnepage (een hele mooie, grote vlinder) hoewel de zwarte dwarsstrepen die daar eigenlijk bijhoren ontbreken. Mocht iemand beter weten welke rups ik zag dan laat ik me graag overtuigen :-) Prachtig waren ze in ieder geval wel met hun onnatuurlijk felle kleur.

Na de brand

Dat de natuur zich daar snel herstelt na de brand van vier jaar terug zie je op de derde foto. Het is er groen en bloemrijk, maar ik vrees dat de natuurbeheerders niet echt gelukkig zijn met de spontane berkenbossen die er overal ontstaan. Mooie plaatjes levert het wel op met de staketsels van de dode bomen tegen de achtergrond van echte Hollandse luchten.

vrijdag 27 juni 2014

Nog niet begrepen versus al wel begrepen

Ik had een financieel meevallertje en achterburen met vet veel lawaai, dus ik besloot een last minute naar een bosrijk vakantiepark te zoeken. Mijn oog viel op een Roompotpark. Ik wilde daar ook nog wat werken, maar zag nergens op de site of ze wifi hebben in de huisjes of in het restaurant.
Misser nummer 1!
Ik bezit als internetfossiel inmiddels wel een smartphone (gekregen van een vriendin die een nieuw toestel kreeg) maar houd die opzettelijk internetvrij. Zo voorkom ik dat mijn verslaving aan social media en mail zich uitbreidt naar elk moment van de dag en vakantie.
Geen nood, dacht ik, ik vraag het even.
Op de site had ik een paar keuzes:
* een postbusnummer voor een brief
* een 0900-nummer, maar dat was alleen voor reserveringen en ook nog duur
* een formulier waarop ik al mijn privégegevens eerst prijs moest geven voor ik een vraag kon stellen
* geen gewoon mailadres, maar wel een aanbeveling: stel uw vraag via Twitter.

Snel, sneller, snelst

Inmiddels heb ik bij bedrijven ervaren dat vragen via social media duizend keer sneller worden beantwoord dan via een gewone mail, dus ik postte mijn vraag over wifi.
Na een paar uur kwam het antwoord in twee tweets (de taalfouten verzin ik er niet bij):
Er is beperkt internet op dit park. Je dient eerst te kijken of er voldoende berijk in de bungalow is. wanneer het berijk voldoende is kan je een internetvoucher kopen bij de receptie.
Daarmee wist ik dus nog weinig, maar oké, ergens op het terrein zou ik dus kunnen internetten. Maar wat ging dat kosten, vroeg ik in mijn volgende tweet.
Daarop kreeg ik het meest efficiënte antwoord dat ik me voor kon stellen:
je kunt het beste even contact op nemen met het park of een mail sturen naar info@roompot.nl en dan zorgen wij dat de mail bij het wolfsven terecht komt 
Dat schoot op. Telefoonnummer van het park ontbrak in de tweet en op de site, maar ze hadden nu wel een mailadres. Maar op de site stond toch dat ik mijn vraag het beste kon stellen via Twitter? Waar bleef dan mijn antwoord?
Geïrriteerd stuurde ik een tweet:
Ik wil gewoon weten wat zo'n voucher kost voor een midweek. Er zal toch wel iemand zijn binnen jullie bedrijf die dat antwoord weet?
Het verlossende antwoord kwam:
voor een midweek betaald u 13 euro.
Daarop heb ik dan maar geantwoord:
Dat meen je niet! Jullie durven wel wat te vragen! Dan ga ik maar een maand onbeperkt online zijn bij mijn provider voor 7,50. 
Ik kan niet anders dan concluderen dat ze het wiel nog net niet echt hebben uitgevonden bij Roompot.

Wie het beter had begrepen: Het Noordbrabants Museum.
Ik bezocht er afgelopen zaterdag op de openingsdag de tentoonstelling Gezin XXL. Ik had vrijkaartjes gekregen omdat mijn boekje 'Zusje, dat ben ik' ook deel uitmaakt van de tentoonstelling die over grote gezinnen gaat.
Of we op de foto wilden bij een driehoog stapelbed, vroeg ons daar de fotograaf.
Dat wilden we.
Vandaag kreeg ik de leuke foto toegestuurd met een vriendelijke mail dat ze hoopten dat we genoten hadden en dat ze het fijn zouden vinden als we de foto en onze ervaringen zouden plaatsen op Facebook. En daar kon ik dan ook nog roze wandelschoenen mee winnen. Kijk, dat wil ik wel, roze wandelschoenen.
Die hebben dus de inzet van social media beter begrepen.





zaterdag 21 juni 2014

Mijn minimoordenaar (of redder)

Gezellig keuvelend op het landweggetje zagen we het konijntje te laat, mijn vriendin A. (de A van Anoniem want daderinformatie) en ik. Ook Zjors en Dorcas hadden andere bezigheden zoals vlaggetjes uitzetten en sporen volgen. De grote hond van A. die we even D. zullen noemen (van Doetieandersnooit) zag het beestje tergend langzaam de berm induiken en daarna in de met gras begroeide sloot springen. Wij zagen D. ook de sloot induiken en verwachtten het konijntje over de wei weg te zien schieten. Maar nee, wat volgde was een ijselijke gil en D. kwam trots tevoorschijn, met in zijn bek een halfwas konijn.

A. sommeerde D. het beestje ogenblikkelijk de vrijheid te geven, wat hij vreemd genoeg nog deed ook.
En daar lag het hummeltje, zijn rug geknakt, maar levend. Even hoopten we dat hij van schrik verlamd was en nog weg zou lopen, maar nee, het diertje lag daar midden op de weg en leed.
Toen hoopten we dat hij spontaan dood zou gaan, maar nee, ook dat gebeurde niet.

Dit kunnen we hem niet aandoen, hij moet dood, vonden we allebei. We knikten en waren het heel erg eens.
We keken om ons heen of we een stok of steen zagen om hem mee te doden. Die zagen we niet en dat was ook niet erg want we zouden allebei niet het lef hebben gehad. Stelletje lafaards dat we waren.
Maar het beestje moest niet langer lijden, dat vonden we heel zeker terwijl dat rare kriebelgevoel van ieks en ach en ah langzaam vanuit onze tenen via onze harten naar onze hoofden steeg.

Inmiddels hadden we de drie honden aangelijnd om hen bij het diertje weg te houden.
'Laat D. het karwei afmaken,' stelde ik voor. Het leek me fair dat hij die opdracht kreeg, hij was tenslotte de veroorzaker van het leed. A. liet D. bij het konijntje, maar inderdaad, dat deed hij nooit en nu ook niet. Hij duwde vriendelijk met zijn grote neus tegen het verlamde achterlijf alsof hij wilde zeggen: Ren nou even door, dan spelen we verder.
Dat schoot niet op.

Inmiddels had kleine Zjors lucht gekregen van dit lekkere hapje. Met de ongeveer tien tandjes die hij nog heeft, verorberde hij al menig konijn, maar die pikte hij dan van een roofvogel of ze lagen al dood aan de kant van de weg. Zou hij ook kunnen en willen moorden? Hij leek me daar te goedaardig voor.
Maar hij hing zich inmiddels zowat op in zijn riem, dus het viel te proberen. Iemand moest het doen en inmiddels wisten A. en ik: en wij niet!
Ik liet de lijn wat vieren. Zjors pakte het beestje op, schudde een keer fanatiek en trefzeker en daar bungelde het kopje levenloos aan het lijfje.
Ach en wee en zonde en wat erg!
En schuldgevoel en spijt en weet ik wat.

Gelukkig zagen we toen dat het diertje ontstoken ogen had, het was waarschijnlijk erg ziek, wat ook verklaarde waarom het niet wegliep voor D.
Daar troostten we ons dan maar mee.

R.I.P lief klein konijntje. Al geknakt voordat je volwassen was.

(O ja, Zjors, dat je het beestje van mij daarna moest afgeven en niet op mocht eten slaat eigenlijk ook nergens op)

vrijdag 13 juni 2014

Ik liet haar door mijn hoofd waaien

Ik stond met vier badpakken in mijn handen. Wat zou het worden, kleurig gestreept, zebraprint, roze of paars. Nee, paars niet, dat was haar kleur, die blijft alleen voor haar.

September vorig jaar belde ik mijn vriendin Liesje. Ze was net terug van een vakantie aan de Spaanse kust, een vakantie die ze gelukkig nog door had kunnen laten gaan nadat ze te horen had gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was.
'Kom maar snel langs, Netjo,' zei ze. 'Ik ga bijna dood.' Ze voelde zich  hondsberoerd.
Ik ging de volgende dag bij haar langs.
Zij was niet zo goed in doodgaan, vertelde ze me.
Ik was niet zo goed in zien dat mensen doodgaan, vertelde ik.
Zo worstelden we ons samen door het gesprek. Toen ik naar huis ging gaf ze me een tas met vijf badpakken. Ze had zich voor haar vakantie in het nieuw gestoken, want je wilt er je laatste vakantie op het strand toch een beetje leuk bij liggen, nietwaar, lachte ze.
'Neem die maar alvast mee, anders worden ze straks toch maar weggegooid. Ik ken verder niemand met maat oversized en jij hebt nooit een fatsoenlijk badpak om aan te doen.' Daar had ze een punt!

Een tijdje later belde ik weer.
'Ik ga toch niet dood, Netjo, of in ieder geval nu niet, het was een soort longontsteking en nu leef ik weer. Kun je even een badpak terugbrengen?' Ik reisde weer af. Met haar lievelingsbadpak.

Nu is ze helaas toch gestorven en mijn agenda was leeg en mijn hoofd te vol, dus ik besloot een paar dagen naar zee te gaan om uit te waaien. Met een badpak van haar, maar welk?
Het werd het roze.
Op de camping bedacht ik pas dat Liesje me daar tijdens vorige kampeervakanties ook een paar keer bezocht had. Dat we daar samen in de zon lagen en genoten.

Op haar overlijdenskaart had ze de woorden laten zetten:
Do not stand at my grave and weep
I am not there, I do not sleep
I am a thousand winds that blow
.....

Ik zat nog niet op het strand, met het badpak nog in mijn tas, of ze bezocht me opnieuw. Een felle wind, grote donderwolken verschenen. Hadden we nog wat af te rekenen?
Ik liet me natregenen op het lege strand. En ik liet haar door mijn hoofd waaien. En het was goed.

De volgende dag was ze afwezig, of in ieder geval manifesteerde ze zich niet meer als de wind. Misschien was ze me nu beter gezind. Onder een strakblauwe lucht liep ik fier op het water af in haar roze badpak.
'Het water is nog veel te koud,' waarschuwde een rillende dame. Ze liet haar voeten omspoelen door de kabbelende golven.
'Niet voor mij. Ik zou niet willen dat ze me weer eens een watje noemt,' antwoordde ik, terwijl ik huiverend de golven in dook. En ik zwom. Ik zwom en zij zwom om me heen.
Ik hoefde me alleen maar om te draaien en dan zou ik haar zien.